Ze zijn zo lief meneer

Soms kunnen die kleine monstertjes (of moet ik zeggen fuckertjes? šŸ˜‰) het echt wel uithangen.
Ik heb de indruk dat het altijd in periodes verloopt. De ene periode heb je een engeltje in huis, dat lief is, en beleefd. Een flinke kleuter die goed eet, en enthousiast speelt. Een toffe kerel, die luistert, en honderduit vertelt over zijn dag. Een braaf mannetje, op wie je trots bent, en met wie je overal kan komen. Een schattige kabouter, over wie je niets dan complimenten krijgt, net omdat hij zo schattig en lief is. Je hart zwelt van liefde en trots, en je kan er met je verstand niet bij dat je zoiets geweldigs hebt voortgebracht.
En dan plots, zonder enige aankondiging, zwelt er onheilspellende filmmuziek aan, en verschijnt er een dreigende schaduw over je huis. En dan verandert dat (b)engeltje in een duiveltje.

Dat duiveltje schijnt zijn oortjes te zijn verloren onderweg. Luisteren zit er niet meer in. Beleefdheid, dat is een onbekend begrip geworden. Mooi spelen? Broertje pesten, met speelgoed gooien of als een ongeleid projectiel in het rond springen, dat is veel leuker mama!
Bij alles wat je hem voorschotelt, klinkt het beslist: “Nee! Dat wil ik niet!” En bij alles wat je hem NIET voorschotelt klinkt het beslist: “Mamaaaaa! Ik wil WEL een snoepje/koekje/fruitsapje/chocolaatje/…”
De kleren die je had klaar gelegd worden sowieso afgekeurd. Liefst van al wil hij in zijn verkleedpakje als leeuw naar school. Of als Bumba, of als Minion.
En ook al leg je de cd op die hij wil horen, je laat gegarandeerd het verkeerde liedje horen. “Neeeeeeee!!!”
Dat bengeltje stelt geen vragen, hij stelt alleen eisen. En liefst twintig keer na elkaar.

Als dat duiveltje moe begint te worden, dan is het hek helemaal van de dam. Dan begint hij te hyperen, springt hij in het rond, roept hij (vaak in een zelfverzonnen taal, wat hij zelf hi-la-risch vindt) en gooit hij alles in het rond. Hij slaat, schopt, en als je je kwaad maakt, dan lacht hij je uit.
Wat je hem ook zegt of vraagt, zijn antwoord begint altijd met “ja, maar….!”
Je wordt wanhopig, en je kan er met je verstand niet bij dat je zoiets hebt voortgebracht. Dat moet ie van zijn papa hebben šŸ˜›

En net wanneer je denkt dat je een klein monstertje op de wereld hebt gezet, en dat je opvoeding jammerlijk heeft gefaald. Net als je je afvraagt waar je de mist bent in gegaan en waar het is fout gelopen. Net als je een permanente tuut in je oor begint te horen, als gevolg van het gejengel en het geroep. Net dan verschijnt er onder die wolfskleren een lief klein schaapje. Een schaapje dat je komt knuffelen, of dat een beetje bang is in het donker; een schaapje dat liefjes zucht dat het zo’n mooie dag was vandaag. Een schaapje dat zijn broer een zoentje geeft en je spontaan komt helpen.

En dan kan je niet anders dan hem stante pede al zijn gezaag en gejengel te vergeven. Dan wordt alles toegedekt onder de mantel der liefde. En ook al ga je daarna helemaal aan het eind van je Latijn in de zetel zitten met een groot glas wijn om te bekomen, toch heb je het gevoel een beetje te zweven. Want de draak is getemd, de donkere wolken zijn verdreven, en de lieve snoet van je kabouter is terug. En dus sta je even later verliefd aan zijn bedje naar dat slapende lijfje te kijken.
Want ze zijn toch zo lief meneer…

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s